Open brief
Werkendam, 3 november 2006
Aan voorzitter en leden van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Geachte volksvertegenwoordigers,
U begint allen uw politieke carrière met het trouw zweren aan de Grondwet.
Dit betekent dat u zich bij voorbaat conformeert aan de daarin vastgelegde eenheidsstaat, met name aan
-het niet erkennen van het belang van scheiding tussen wetgevende en uitvoerende macht (Grw art. 81);
-de ondergraving van de onafhankelijke rechter (Grw art. 70, art. 73 lid 3, art. 118, art. 120 )
-de ongebreidelde bemoeizucht met alle facetten van het maatschappelijk leven, middels subsidies, verboden of "aanhoudende zorg".
Aangezien ik mij niet kan verenigen met deze schending van Montesquieu's trias politica en aangezien ik mij evenmin kan verenigen met een door enige overheid voorgeschreven cultuur, waarbij sommigen van u zelfs zo ver gaan hun eigen opvattingen over kwakzalverij, genocide, goed onderwijs en de interpretatie van de geschiedenis voor te schrijven, blijft er voor mij niets te kiezen over.
Als u als volksvertegenwoordiger eerlijk bent, zou u het aantal zetels in de Tweede Kamer dat correspondeert met de niet uitgebrachte stemmen leeg dienen te laten.
Dat zou nog eens van fatsoen tegenover de kiezer getuigen.
Hierbij mijn stembiljet retour.
Met vriendelijke groeten,
w.g. Vincent Loosjes
Toelichting Grondwetsartikelen
Art. 81
De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.
In theorie heeft de Tweede Kamer het recht om op eigen initiatief met een wetsvoorstel te komen, doch in de praktijk stelt het betrokken departement o.l.v. de minister een wet op; de Raad van State geeft advies; de Tweede Kamer der Staten-Generaal discussieert en kan met amendementen komen; de Eerste Kamer der Staten-Generaal kan goedkeuren of naar de Tweede Kamer terugsturen. De Koningin zet haar handtekening. Merk op dat in België de gang van zaken vergelijkbaar is. Daar gebeurde echter hetgeen ik altijd van onze Koningin had verwacht: Koning Boudewijn weigerde in 1990 een wet (de abortuswet) te tekenen. Hij werd daarop tijdelijk buiten spel gezet, maar voor het signaal zij deze man geprezen. Koning Boudewijn overleed plotseling op 31 juli 1993.
Art. 70
Beide Kamers hebben, zowel afzonderlijk als in verenigde vergadering het recht van onderzoek (enquête), te regelen bij wet.
Art. 73, 3e lid
De wet kan de Raad [van State] of een afdeling van de Raad de uitspraak in geschillen van bestuur opdragen.
Art. 118, 1e lid
De leden van de Hoge Raad der Nederlanden worden benoemd uit een voordracht van drie personen, opgemaakt door de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Art. 120
De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.
Dit is het zogenaamde toetsingsverbod. Met name het feit dat een rechter niet mag toetsen of een wet zich wel verdraagt met de Grondwet, is (gelukkig) al vaak bekritiseerd. De gangbare opvatting is dat die toetsing bij uitstek een taak is van de Eerste Kamer. Toetsing van lagere regelingen dan de hier bedoelde door de Staten-Generaal aangenomen (="formele") wet, is wel mogelijk doch wordt omzeild door de lagere regeling als simpele uitvoering onder de beschermende paraplu van de formele wet te plaatsen. Of de kerndoelen in het onderwijs in strijd zijn met de wet mocht daarom - volgens de rechter, d.w.z. volgens jurisprudentie - niet worden nagegaan.
Print versie (pdf)